Tot en met 13-03-2017 zijn er
145
lammetjes geboren

Echte herdershonden

Max, Bas, Bruno, Robbe, Sheeba, Fly, Bob, Noa, Sam, Missy, Lad en Tim. Het zijn namen van echte herdershonden. Niet wat betreft ras, maar wat betreft hun werk. Het zijn honden die de schaapherder op de Renderklippen en omgeving werk uit handen genomen hebben.

,,Hij moet goed luisteren naar de herder, actief zijn, dat wil zeggen: bereid om hard te lopen en hij moet een schaap voorzichtig kunnen vastgrijpen’’, zei Albert Jan Draaijer 55 jaar geleden.

Belangrijk is dat een schaapshond overwicht heeft. Hij moet een uitstraling hebben van: ik ben hier de baas, als ik laat merken dat je een bepaalde kant op moet gaan, is het maar beter voor jou dat je dat ook doet, want anders heb je de poppen aan het dansen.

Het is moeilijk om een hond zodanig te trainen, dat hij een perfecte assistent van de herder is. Sam bijvoorbeeld wist geen maat te houden en kon een schaap niet voorzichtig grijpen. Missy is eigenlijk wat te zachtaardig en heeft daardoor net te weinig overwicht. Lad, die samen met Tim Missy op termijn moet opvolgen, heeft dat wel, maar is zó gefixeerd op zijn werk, dat als hij met de schapen bezig is, hij nauwelijks een luisterend oor heeft voor zijn baas. Maar Lammert geeft hem wat extra training en het ziet er naar uit dat hij op termijn een perfecte hond aan Lad zal hebben. Tim is pas een half jaar maar heeft de kunst goed afgekeken en maakt razendsnel vorderingen, waardoor we goede hoop hebben dat ook hij een tophond voor de kudde zal worden.

Wat dat betreft heeft Lammert het een stuk makkelijker dan zijn vader Teun. Hij heeft nooit honden gehad die hem het werk uit handen namen, kon ze ook niet allemaal loslaten. Maar hij verstond de kunst de schapen met zijn stem te dirigeren. Hoewel… ,,De mensen staan er soms versteld van hoe goed ik de kudde gedresseerd heb. Als ik roep ‘Jongens, linksaf’, dan gaan ze linksaf en als ik ‘Jongens, rechtsaf’ roep, dan gaan ze rechtsaf. Ze moesten eens weten dat als je aan de linkerkant staat te schreeuwen, ze altijd naar rechts gaan en omgekeerd. Maar als je geen hond hebt, dan hebben de schapen lak aan je. Echt. Dan kun je roepen wat je wilt, maar luisteren ze van geen kant’’, zei hij weleens. Net als mensen hebben ook honden wel eens hun dag niet, had hij ervaren. ,,De ene dag is hij 500 gulden waard en de andere dag geef je nog geen kwartje voor hem. Hij heeft zo z’n buien.’’

De laatste decennia worden herders vrijwel altijd vergezeld door border collies, liefst zoons of dochters van gerenommeerde schaapshonden die het hoeden van schapen in de genen hebben. Vroeger was daar moeilijk aan te komen en daardoor kon het gebeuren dat een kruising Belgische herder met een blonde bouvier werd opgevolgd door een ruwharige Hollandse herder of een Australische kelpie. Een heel bijzonder exemplaar was een kruising tussen een schapendoes en een border collie met de naam Fly. Dat teefje liep in de jaren 80 bij de kudde en deed haar naam eer aan toen ze ineens was gevlogen. Teun Niesing en bosbeheerder Rein van de Mars hebben dagenlang naar de hond gezocht, maar haar nergens kunnen vinden. Tòt Van de Mars maanden later door puur toeval in een restaurant in Zuid-Ginkel terecht kwam. ,, En toen gebeurde het: de deur ging open, er kwamen twee bejaarde dames binnen met een hondje aan de lijn. Ik kijk met grote ogen naar die hond, de hond kijkt naar mij, rukt zich los zonder ook maar te blaffen en neemt een grote sprong op schoot: het was Fly. Wat er toen door me heen ging is niet te beschrijven, het was zo’n emotioneel weerzien’’, tekende Veluwe Express eind december 1987 op uit zijn mond. Fly zat aan de Elburgerweg toen mevrouw Augusta van Rhijn uit Bennekom langs kwam. Ze kreeg de indruk dat de hond daar door vakantiegangers was achtergelaten en nam Fly mee omdat een andere automobilist haar vertelde dat de hond er al de hele dag had rondgelopen en weleens onder een auto zou kunnen komen. Fly deed haar sterk denken aan de hond van haar overleden man en toen pogingen om de eigenaar te achterhalen geen succes opleverden, besloot ze haar te houden. Ze was zó gehecht aan Fly, die ze Pola had genoemd, dat ze in een complete shock was toen Van de Mars liet weten dat ze de hond van de schaapskudde was. Uiteindelijk werd besloten dat mevrouw Van Rhijn de hond tegen een kleine vergoeding mocht houden, ook al omdat Teun inmiddels al een andere hond bij de kudde had.

Overigens betekent het 60-jarig bestaan van de kudde niet dat er ook al 60 jaar een hond bij de kudde zit. De eerste hond, Max, kwam er alleen om te werken; zijn vrije tijd bracht hij door in een pension in Heerde. Dat kostte twee kwartjes per dag, maar toen het pension de prijs iets verhoogde, werd dat het stichtingsbestuur te duur. Besloten werd de hond bij wijze van proef mee te geven met Topfer, die thuis ook honden had. Begin jaren 60 werd er een hondenverblijf gebouwd en kon de hond van de herder ook ’s nachts op de hei blijven.

Missy, Lad en Tim krijgen nog dit jaar een nieuw verblijf.