Tot en met 13-03-2017 zijn er
145
lammetjes geboren

Kudde dankzij eendrachtige samenwerking op de hei

De totstandkoming van de schaapskudde Epe-Heerde is het resultaat van een mooi staaltje samenwerking tussen bestuurders en inwoners van beide betrokken gemeenten.

De aanzet tot het laten ‘stofferen’ van de Renderklippen door een schaapskudde werd in 1954 gegeven door burgemeester dr. I.N.Th.Diepenhorst van de gemeente Epe, die graag weer schapen op de hei wilde zien lopen en bij zijn afscheid een deel van het geld dat hij van de bevolking had gekregen, voor dat doel beschikbaar stelde. Epe zocht samenwerking met de gemeente Heerde en samen vormden ze een commissie van voorbereiding met notabelen uit beide gemeenten, onder wie de burgemeesters mr. C.N. Renken van Epe en jhr. W.H.Van der Poll van Heerde. Oud-burgemeester Diepenhorst deed zelf ook zeer actief mee.

De commissie won bij verschillende kuddes en gemeenten in ons land informatie in en schrok zich een hoedje toen ze erachter kwam wat er allemaal bij kwam kijken om een kudde op de hei te laten grazen. Er moest een schaapskooi gebouwd worden, de kudde moest over een paar hectare omheind grasland in de nabijheid van de thuisbasis beschikken, er moest een fulltime herder aangesteld worden, er moest voer voor de winter gekocht worden, er zou weleens een dierenarts moeten opdraven en de exploitatie was onmogelijk zonder hulp van derden sluitend te krijgen.

De commissie richtte op 7 april 1956 de Stichting Schaapskudde Epe-Heerde op en deed een beroep op burgers, bedrijven, verenigingen, scholen en andere instellingen om financieel bij te dragen. Hen werd gevraagd voor 60 gulden een schaap te adopteren. Het dier zou eigendom van de stichting, waarvan oud-burgemeester Diepenhorst vele jaren bestuurslid was, blijven, maar het tweede, vierde en eventueel zesde lam zouden eigendom van de adoptieouder worden. De actie werd een groot succes, want op 17 april wist de stichting zich al verzekerd van de komst van 68 betaalde schapen. Tot de adoptanten behoorden onder meer personeel en leerlingen van de Nijverheidsschool in Epe, VVV Epe’s Bloei, de VVV Heerde, accordeonvereniging KNA uit Epe, gemeentepersoneel van Epe en Heerde, de Nederlandse aannemersbond afdeling Epe, de NV Landgoed Tongeren, de Bijenvereniging Epe en de Commissie Werkverschaffing Heerde. Uiteindelijk groeide dat aantal uit tot ruim tachtig. Vrijwel alle gulle gevers schonken hun later geboren lammeren aan de stichting.

De meeste schapen kwamen uit de buurt; ze werden gekocht van Landgoed Welna, dat moederschapen, ooilammeren, jonge rammen en eenjarige schapen leverde. De rest kwam uit Drenthe.

De gemeente Heerde deed een flinke duit in het zakje door op eigen grondgebied een schaapskooi te bouwen. De kosten waren door de stichting begroot op 3800 gulden, maar de bouw kostte uiteindelijk ruim 7000 gulden, ondanks dat voornamelijk hout uit de gemeentebossen werd gebruikt en de fundering werd gemaakt met ‘afbraaksteen’ van de gemeente. Voor een hooischuur (gebouwd in 1975/1976) en onderkomen voor de hond en herder (daar kwam pas in 1985 een goed geoutilleerd gebouwtje voor) was nog geen geld en dat werd toen ook nog niet nodig geacht.

Op 4 augustus 1956 was het lang verwachte moment. De Heerder burgemeester Van de Poll viel de eer te beurt om de deuren van de kooi te openen, waarna 82 schapen nieuwsgierig naar buiten kwamen. Het was landelijk nieuws. Onder meer de Leeuwarder Courant was lyrisch:

‘Omdat we zo duizelingwekkend snel naar de toekomst hollen, proberen we lieve scherfjes van het verleden nog haastig mee te garen om niet helemaal het contact met ruist en rede te verliezen. Het is wel grappig, dat we daarom verdwenen verschijnselen nieuw leven inblazen en dat we dat met zoveel plezier doen. Zaterdagmiddag waren honderden mensen in het vrij toegankelijke reservaat de Renderklippen tussen Epe en Heerde aanwezig om te zien dat daar weer een schaapskudde werd geïnstalleerd van het soort dat er vroeger ook is geweest. Meneer W.M.Breemer, voorzitter van de Stichting Schaapskudde Epe-Heerde, hield een toespraak en ook de burgemeester van Heerde, jhr. W.H.van de Poll, stak een rede af en tal van officiële mannen luisterden met aandacht, waarna de burgervader de deur van de schaapskooi opende en de wollige club dames naar buiten kwam stappen. Iedereen dromde op de dames toe om haar te aaien, terwijl fotografen platen maakten, maar dit was de schapen op den duur teveel van het goede. Zich bedrogen voelend inzake de belofte van het lied van de grote stille heide scharrelden de dieren angstig weer de kooi in en lieten zich niet meer zien totdat de laatste vreemdeling op hun domein verdwenen was.’

De Friese Koerier maakte melding van ‘Een menigte van meer dan duizend personen, waarbij de vakantiegangers rijk vertegenwoordigd waren, vormde een voorproefje van de belangstelling die de schapen in dit veel bezochte gebied zullen hebben.’ Het Vrije Volk was het opgevallen dat ‘alle schapen een halsband droegen, met daarop de naam van de adoptant en met eventueel de naam die men aan het dier heeft willen geven’. De krant prees de eendrachtige samenwerking tussen Epe en Heerde, waardoor ook een ‘prachtige schaapskooi tot stand is gekomen, naar oud model gebouwd’.

Maar met de eerste schreden van de heide stofferende kudde was de stichting nog lang niet uit de zorgen. Integendeel, toen begon de ‘ellende’ pas.